Al ruim een half jaar kom ik wekelijks bij een echtpaar thuis. Meneer heeft vasculaire dementie. Thuis wonen wordt steeds moeilijker. Niet alleen voor hem, maar ook voor zijn vrouw. Zij zorgt al lange tijd voor hem, maar het wordt haar steeds zwaarder. Meneer zelf ziet geen noodzaak voor zorg; hij regelt alles liever zelf.
Via een zorgmakelaar en een lopende PGB-Wlz-aanvraag ben ik als individueel begeleider bij hen gestart. In het begin konden we goed praten, soms deden we een spelletje, en zijn vrouw kon eindelijk even iets voor zichzelf doen zonder zorgen. Maar na een tijdje wilde meneer niet meer kaarten of praten. “Ik heb geen bezoek nodig. Ik kan prima alleen zijn.” vond hij.
Toen heb ik het anders aangepakt. De volgende keer stond ik met een tas boodschappen voor de deur: “Vandaag kook ik voor mevrouw.” Sindsdien opent meneer de deur met een glimlach. Hij geniet van het gezelschap, komt even in de keuken kijken, drinkt een kop thee mee en uit zijn dankbaarheid dat ik dit “voor zijn vrouw” doe. Zij kan in die uren haar welverdiende rust pakken en bij thuiskomst staat het eten klaar.
Een win-win voor iedereen.
Binnenkort verhuist meneer helaas naar een verpleegafdeling. Tot die tijd mag ik hen blijven ondersteunen, en daar ben ik dankbaar voor.

